Dyslexieonderzoek

Vanaf groep 3 kunnen lees- en spellingmoeilijkheden bij het kind gesignaleerd worden. Mocht het lezen en spellen na het bieden van extra ondersteuning op school niet verbeteren en blijft het lezen en spellen moeizaam gaan? Dan is er reden voor een dyslexieonderzoek.

Een dyslexieonderzoek bestaat uit:

Een dyslexieonderzoek kan al vanaf medio groep 4 worden aangevraagd. Samen met de school kijkt Buro Klink of er sprake is van dyslexie. Wanneer sprake is van dyslexie ontvangt uw kind een dyslexieverklarling. Een dyslexieverklaring geeft recht op extra voorzieningen in het onderwijs. Buro Klink biedt daarnaast dyslexiebehandeling of, wanneer geen sprake blijkt te zijn van dyslexie, remedial teaching voor de lees- en spellingproblematiek.

Voor dyslexieonderzoek werkt Buro Klink onder supervisie van een GZ-psycholoog.

Dyslexiebehandeling

Dyslexiebehandeling verschilt van remedial teaching voor lees- en spellingproblematiek door de kleine stapjes die worden genomen en de intensievere inoefeningsvorm. Hoewel dyslexie niet zal verdwijnen, zorgt intensieve begeleiding wel voor vooruitgang en zelfvertrouwen in het (leren) lezen en spellen. Kinderen worden actief gemaakt om te lezen en spellen. Dyslexiebehandeling richt zich enerzijds op het lezen van woord- en tekstniveau en anderzijds op de onveranderlijke spelling.

De behandelingen zijn opgebouwd volgens een vaste structuur. De behandeling vindt wekelijks plaats en duurt 45 minuten. Het is belangrijk dat het kind onder begeleiding van een ouder (of andere volwassene) 20 tot 40 minuten per dag met het huiswerk, dat is opgegeven door de behandelaar, aan de slag gaat.

Buro Klink werkt met gecertificeerde dyslexiebehandelaren.

Dyslexieonderzoek bestaat uit:

  • Intakegesprek
  • Onderzoek naar de intelligentie
  • Diagnostisch onderzoek naar dyslexie
  • Rapportage van het onderzoek
  • Dyslexieverklaring
  • Gesprek met toelichting van de onderzoeksbevindingen

Dyslexiebehandeling richt zich op:

  • Het technisch lezen (woordherkenning) en spellen;
  • Het leren omgaan met het huidige niveau van technisch lezen door compensatiestrategieën en het gebruik van hulpmiddelen;
  • Het voorkomen van verdere achterstand in de ontwikkeling van het kind;
  • Het voorkomen of verminderen van sociaal emotionele problematiek, zoals faalangst.